Uitspraak Hoge Raad over Box 3: duidelijkheid voor niet-bezwaarmakers
Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de Box 3-heffing, zoals die sinds 1 januari 2017 werd toegepast, in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Naar aanleiding hiervan hebben belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt tegen hun aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2020 rechtsherstel gekregen. Dit geldt ook voor belastingplichtigen van wie de aanslag over deze jaren nog niet was opgelegd of nog niet onherroepelijk vaststond. Een aanslag wordt onherroepelijk zodra de bezwaartermijn van zes weken na dagtekening is verstreken.
Voor belastingplichtigen die geen bezwaar hebben gemaakt, werd op 4 november 2022 de zogeheten massaal bezwaarplusprocedure gestart. Kort voor de zomer van 2025 verklaarden de rechtbanken Zeeland-West-Brabant en Den Haag deze procedure ongegrond. In overleg met de Staatssecretaris van Financiën is vervolgens besloten om via sprongcassatie de zaak rechtstreeks aan de Hoge Raad voor te leggen.
Na een lange periode van afwachten heeft de Hoge Raad op 25 juni 2026 uitspraak gedaan. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel over de jaren 2017 tot en met 2020. Daarmee volgt de Hoge Raad het eerdere advies van de advocaat-generaal.
Met deze uitspraak is definitief komen vast te staan dat niet-bezwaarmakers over deze jaren niet hun werkelijke rendement in aanmerking kunnen laten nemen.
Voor belastingplichtigen die wél bezwaar hebben gemaakt, zijn wij momenteel intern bezig met het in kaart brengen van de werkelijke rendementen over de betreffende jaren. Daarnaast volgen wij de ontwikkelingen rondom het wetsvoorstel voor een nieuw Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement, dat naar verwachting per 1 januari 2028 in werking treedt.
Wij houden u uiteraard op de hoogte van verdere ontwikkelingen.
