Inkomensafhankelijke combinatiekorting
Als uw inkomsten hebt in box 1 van de inkomstenbelasting dan heeft u recht op heffingskortingen. Een van die heffingskortingen is de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Om in aanmerking te komen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting moet u voldoen aan volgende voorwaarden:
Uw kind moet bij de gemeente ingeschreven staan op uw woonadres,
Uw kind is op 1 januari jonger dan 12 jaar,
Uw kind staat ten minste 6 maanden in 1 kalanderjaar bij de gemeente ingeschreven op uw woonadres,
Uw arbeidsinkomen is hoger dan 5.220 (2022) of 5.548 (2023),
U hebt geen of minder dan 6 maanden een fiscaal partner of u hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner, en u hebt een lager arbeidsinkomen dan uw fiscale partner.
Aanpassing bij grensarbeiders
Indien u woonachtig bent buiten Nederland maar wel in de EU, EER of Zwitserland en u ontvangt een inkomen uit Nederland, komt u ook in aanmerking voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Tot en met 2021 werd een partner die geen aangifte moest doen in Nederland, niet meegenomen in de beoordeling van de minstverdienende partner. Met als gevolg dat zelfs de meestverdienende partner de korting kreeg.
Vanaf 2022 is dit echter veranderd en zal uw partner die geen aangifte moet doen in Nederland, ook meetellen voor de beoordeling van de minstverdienende partner. Het inkomen van uw partner zal hierdoor hoger moeten zijn dan die van u om nog recht te hebben op de korting. Verdient u meer als uw fiscale partner dan heeft u geen recht meer op de korting.
Bron: Belastingdienst
