Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)
De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) werden in de voorjaarsnota mogelijk aangepast. Na een vervolgonderzoek voor de bedrijfsopvolgingsregelingen is er een kabinetsreactie verschenen. In deze kabinetsreactie zijn de veranderingen ingevuld en toegelicht. Wij geven een korte uiteenzetting van deze veranderingen in deze nieuwsbrief.
Met de bedrijfsopvolgingsregeling wordt de overdracht van familiebedrijven makkelijker gemaakt. Hierin voorziet de BOR een gedeeltelijke of volledige vrijstelling van schenk- en erfbelasting over uw ondernemingsvermogen. Met bevordering van de continuïteit van uw onderneming als gevolg.
De volgende maatregelen hebben ingangsdatum 1 januari 2024:
1. Onder het beleggingsvermogen valt aan derden ter beschikking gestelde vastgoed, waarop de BOR en DSR niet van toepassing zijn
In het wetsvoorstel zal er nog meer duidelijkheid volgen over de precieze randvoorwaarden om het vastgoed als ondernemingsvermogen te kunnen blijven kwalificeren.
Volgende situaties vallen niet onder deze maatregel:
- Onroerende zaken voor zover die worden gebruikt voor de eigen bedrijfsuitoefening,
- Kortdurende terbeschikkingstelling in de dienstensector,
- Kortdurende teeltpachtovereenkomsten vanwege vruchtwisseling.
De volgende maatregelen hebben ingangsdatum 1 januari 2025:
1. De hoogte van de vrijstelling wordt aangepast naar 100% van de goingconcern waarde tot 1,5 miljoen euro en 70% van het meerdere
De belastingdruk zal dus afnemen voor ondernemingen met een ondernemingswaarde tot 1,9 miljoen euro. Echter de ondernemingen die daarboven vallen, zal de belastingdruk toenemen.
2. Afschaffing van de 5% doelmatigheidsmarge.
Momenteel wordt 5% van de overtollig liquide middelen en effecten toch als ondernemingsvermogen gekwalificeerd, ondanks dat vaststaat dat het beleggingsvermogen is. Aangezien grotere mkb’s hier voornamelijk op stuurde, hebben ze besloten deze doelmatigheidsmarge af te schaffen.
3. Bedrijfsmiddelen die voor andere dan de bedrijfsdoeleinden van de onderneming worden gebruikt, tellen alleen mee in de BOR en DSR voor zover deze bedrijfsmiddelen zakelijk worden gebruikt
Deze maatregel heeft uitsluiten betrekking op vermogensbestanddelen met een waarde van minimaal € 100.000,00 op het moment van verkrijging en een gebruik voor andere dan bedrijfsdoeleinden van meer dan 10%. Op deze manier kunnen ze de uitvoerings- en administratieve lasten beperken.
4. In de DSR vervalt de dienstbetrekkingseis
Momenteel moet de verkrijger minimaal 36 maanden in dienst zijn van de vennootschap waarop de overdacht betrekking heeft. Vanaf 1 januari 2025 zal deze eis vervallen.
5. De verkrijger moet minimaal 21 jaar zijn
Als vervanging van de dienstbetrekkingseis komt er een leeftijdsgrens. Dit geld niet bij toepassing van de BOR en DSR bij overlijden.
De volgende maatregelen hebben ingangsdatum 1 januari 2026:
1. Beperking tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5% uit het geplaatste kapitaal
2. Versoepeling van de bezits- en voorzettingseis
3. Constructies in de BOR worden aangepakt
Bovenstaande maatregelen zijn nog niet concreet toegelicht in kabinetsreactie. Voor toelichting van deze maatregelen zullen we nog moeten wachten op het wetsvoorstel of een vervolgonderzoek.
Bron: https://www.taxlive.nl/nl/documenten/opinie/columns/wat-gaat-de-bor-voor-de-boer-doen/
